ZWEMMEN

 GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

Groningen, 8 mei 2007

Nr. 2007-11.960/19/A.15,KB

Verzonden:

 

Overwegende dat,

krachtens de Scheepvaartverkeerswet als bevoegd gezag wordt aangemerkt diegene bij wie een scheepvaartweg in (feitelijk) beheer is;

de provincie de beheersdaden op het Oldambtmeer verricht waardoor zij is aan te merken als feitelijk beheerder;

het nautisch beheer het feitelijk beheer volgt waardoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn ingevolge de Scheepvaartverkeerswet;

krachtens artikel 5, lid 1 sub b van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement voor vaarwegen in beheer bij de provincie Groningen door Gedeputeerde Staten een bevoegde autoriteit kan worden aangewezen;

als bevoegde autoriteit voor zwemmen Gedeputeerde Staten is aangewezen bij besluit van 2007- 22319, afd. KB.

het op grond van artikel 8.08 lid 2, sub b van het Binnenvaartpolitiereglement verboden is om te zwemmen in gedeelten van de vaarweg die zijn bestemd voor de doorgaande scheepvaart;

op het Oldambtmeer doorgaande scheepvaart over het hele meer plaatsvindt waardoor het zwemmen ingevolge het Binnenvaartpolitiereglement op het hele meer is verboden;

een totaal zwemverbod indruist tegen de wens om zwemmen op gedeelten van het meer toe te staan;

de bevoegde autoriteit krachtens het Binnenvaartpolitiereglement rekening houdend met:

  1. in verband met de orde, het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
  2. artikel 8.08 lid 2, sub b van het Binnenvaartpolitiereglement die aangeeft dat het zwemverbod onverminderd van kracht blijft op wachtplaatsen of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, sluis of stuw, in routes van veerponten, in havens en nabij ingangen daarvan, in nabijheid van meergelegenheden en in gebieden aangewezen voor snelvaren of waterskiën,

vrijstelling kan verlenen van het zwemverbod waardoor het zwemmen op gedeelten van het meer kan worden toegestaan;

 dit verbod wordt uitgevaardigd door middel van een bekendmaking volgens artikel 13 Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer. jo. artikel 5.01 leden 1 en 2 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) aangezien dit besluit van toepassing is op een vaarweg waar het (uitsluitend) plaatsen van verkeerstekens niet doelmatig is en dat dit verbod waar nodig zal worden ondersteund met verkeerstekens conform bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;

 bij de voorbereiding van dit verkeersbesluit overleg gevoerd is met de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, waterschap Hunze en Aa’s, de regiopolitie te Winschoten, B.V. Ennemaborg en Staatsbosbeheer;

 een hierop betrekking hebbend ontwerpbesluit van 26 maart 2007 tot 23 april 2007 ter inzage heeft gelegen met het doel om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze (schriftelijk) kenbaar te maken en dat direct belanghebbenden ook per brief zijn geïnformeerd over bovenvermelde verkeersmaatregel

  Belangenafweging:

Tijdens de ter inzage legging zijn twee zienswijzen ingebracht door respectievelijk de Gemeenschappelijke Regeling Blauwe Stad (GR) te Winschoten (3 april 2007, nr. 2007-07255) en de gemeente Scheemda (12 april 2007, nr. 2007-07613).

 

De zienswijzen van de GR bevatten:

1.       een verzoek tot het aanwijzen van de zwemlocatie nabij het strand van Midwolda als officiële badzone in het kader van de Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen;

2.       het verzoek om ook de overige delen van het Oldambtmeer aan te wijzen als zwemgebied.

De zienswijze van gemeente Scheemda bevat een gelijkluidend verzoek zoals die is genoemd onder punt 2.

 

In overleg met de inspecteur scheepvaart is besloten op de zienswijzen niet nader in te gaan waardoor voorliggend verkeersbesluit, behoudens enkele technische aanpassingen, kan worden vastgesteld. Redenen om de zienswijzen ter zijde te leggen zijn:

1.       Het aanwijzen van een zwemlocatie als badzone hoort niet in deze procedure thuis. Over deze aanvraag zullen wij separaat beslissen.

2.       Het BPR geeft in artikel 8.08 aan dat een zwemmer voldoende afstand dient te houden van een varend schip of een varend drijvend voorwerp dan wel van een drijvend werktuig in bedrijf. Verder staat vermeldt waar watersport zonder gebruik te maken van een schip is verboden zoals bij een  wachtplaats of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw, in gedeelten van de vaarweg bestemd voor de doorgaande scheepvaart, in routes van veerponten (n.v.t.), in havens en nabij ingangen daarvan, in de nabijheid van meergelegenheden en in gebieden aangewezen voor snelvaren of waterskiën. Het BPR kent voor deze verboden geen vrijstellings- of ontheffingsmogelijkheid. Bij de opstelling van het besluit is met verboden bij de aanwezige havens, steigers, de vaarroute en de aanwezigheid van een ecologische oever, waarbinnen deze vorm van watersport niet is toegestaan, rekening gehouden.

Resultaat hiervan is dat er op basis van het BPR een beperkt deel zwemwater over blijft, dat grotendeels is gelegen in het Noordelijk deel van het meer.

Gelet op artikel 8.08 van het Binnenvaartpolitiereglement en de artikelen 5 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;

Gelet op de overige bepalingen van de Scheepvaartverkeerswet, van het Binnenvaartpolitiereglement, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

I.         Op grond van artikel 8.08 lid 3 algemene vrijstelling te verlenen van het zwemverbod voortvloeiend uit artikel 8.08 lid 2, sub b van het Binnenvaartpolitiereglement door het zwemmen toe te staan in het noordelijk deel van het Oldambtmeer, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart.

II.       Dat dit besluit met terugwerkende kracht op 1 mei 2007 in werking treedt.

III.      Dit besluit te publiceren in Het Streekblad (huis-aan-huis blad in de regio), het Dagblad van het Noorden, de Telegraaf zaterdageditie en het Provinciaal Blad.

Groningen, 8 mei 2007.   

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

,voorzitter

,secretaris

 

 KARAKTERISTIEK

 GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Groningen, 8 mei 2007

Nr. 2007-11.960/19/A.15,KB

Verzonden:

 

Overwegende dat,

krachtens de Scheepvaartverkeerswet als bevoegd gezag wordt aangemerkt diegene bij wie een scheepvaartweg in (feitelijk) beheer is;

de provincie de beheersdaden op het Oldambtmeer verricht waardoor zij is aan te merken als feitelijk beheerder;

het nautisch beheer het feitelijk beheer volgt waardoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn ingevolge de Scheepvaartverkeerswet;

                                                                                                    

op het Oldambtmeer:

  1. in verband met de orde, het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
  2. het in stand houden van de scheepvaartweg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en
  3. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen,

gewenst is de maximale toegelaten scheepsafmetingen vast te stellen;

op het Oldambtmeer:

  1. een schip of een samenstel niet mag deelnemen aan de scheepvaart, indien de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang, de manoeuvreerbaarheid en de snelheid van dit schip of dit samenstel niet verenigbaar zijn met de karakteristiek en met de afmetingen van de vaarweg en van de kunstwerken en
  2. gelet op de maatgevende waterstand, gelet op afmetingen van de in de vaarweg liggende en nieuw aan te leggen kunstwerken en gelet op de streefdiepte of nautische diepte (hetgeen de som is van de maximaal toegestane diepgang voor de scheepvaart (1,10 meter) en de minimum kielspeling (0,20 meter) is voorgesteld de maximaal toegelaten scheepsafmetingen te bepalen op:

diepgang 1,10 meter x breedte 6,0 meter x lengte over alles 30,0 meter;

er bij de bepaling van de maximale toegelaten scheepsafmetingen tevens rekening is gehouden met de kunstwerken die thans nog niet zijn gerealiseerd, maar die wel in de aan- en afvoerroute van het meer zijn gelegen en daardoor mede van invloed zijn op de vaststelling van de maximale scheepsafmetingen;

er op het meer geen hoogtebeperking geldt maar dat er naast enkele beweegbare bruggen sprake is van vaste bruggen in de gebieden Het Riet, De Wei, Dorp kern en Dorp rand. De gemiddelde doorvaarthoogten van deze vaste bruggen variëren van 1,50 meter tot 2,50 meter;

bij de voorbereiding van dit verkeersbesluit overleg gevoerd is met de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, waterschap Hunze en Aa’s, de regiopolitie te Winschoten, B.V. Ennemaborg en Staatsbosbeheer;

een hierop betrekking hebbend ontwerpbesluit van 26 maart 2007 tot 23 april 2007 ter inzage heeft gelegen met het doel om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze (schriftelijk) kenbaar te maken en dat direct belanghebbenden ook per brief zijn geïnformeerd over bovenvermelde verkeersmaatregel

binnen de bovengenoemde periode geen zienswijzen zijn ingediend die nopen tot aanpassing van het voorliggende ontwerpbesluit, waardoor tot definitieve vaststelling van de verkeersmaatregel kan worden overgegaan;

Gelet op het bepaalde in artikel 1.06 van het Binnenvaartpolitiereglement;

Gelet op de overige bepalingen van de Scheepvaartverkeerswet, van het Binnenvaartpolitiereglement, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

I           De maximale toegelaten scheepsafmetingen op het Oldambtmeer te bepalen op:

diepgang 1,10 meter x breedte 6,0 meter x lengte over alles 30,0 meter;

II         Dat dit besluit met terugwerkende kracht op 1 mei 2007 in werking treedt;

III        Dit besluit te publiceren in Het Streekblad (huis-aan-huis blad in de regio), het Dagblad van het Noorden, de Telegraaf zaterdageditie en het Provinciaal Blad.

Groningen, 8 mei 2007.   

Gedeputeerde Staten voornoemd,

,voorzitter

,secretaris

LIGGEBIED

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN



Groningen, 8 mei 2007

Nr. 2007-11.960/19/A.15,KB

Verzonden:



Overwegende dat,

krachtens de Scheepvaartverkeerswet als bevoegd gezag wordt aangemerkt diegene bij wie een scheepvaartweg in (feitelijk) beheer is;
de provincie de beheersdaden op het Oldambtmeer verricht waardoor zij is aan te merken als feitelijk beheerder;
het nautisch beheer het feitelijk beheer volgt waardoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn ingevolge de Scheepvaartverkeerswet;

ten aanzien van het innemen van ligplaats (ankeren/meren) gewenst is twee aparte besluiten te maken voor twee gebieden. Het eerste besluit bevat liggebied a (hele Oldambtmeer behoudens de gebieden De Wei, Dorp kern en Dorp rand). Het tweede besluit bevat liggebied b (gebieden De Wei, Dorp kern en Dorp rand en de aangewezen wateren). Reden voor deze tweedeling is het feit dat met name liggebied b volop in ontwikkeling is en dat een gedetailleerde invulling voor dit gebied thans ontbreekt;

in liggebied a op het Oldambtmeer:
1. in verband met de orde, het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
2. het in stand houden van de scheepvaartweg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en
3. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen,
het gewenst is om het innemen van ligplaats (meren) te reguleren en dat het gewenst is om op gedeelten van de vaarweg het ankeren te verbieden mede vanwege de aanwezigheid van ecologische oevers;

dit verbod wordt uitgevaardigd door middel van een bekendmaking volgens artikel 13 Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer jo. artikel 5.01 leden 1 en 2 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) aangezien dit besluit van toepassing is op een vaarweg waar het (uitsluitend) plaatsen van verkeerstekens niet doelmatig is en dat dit verbod waar nodig zal worden ondersteund met verkeerstekens conform bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;

bij de voorbereiding van dit verkeersbesluit overleg gevoerd is met gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, het waterschap Hunze en Aa’s, met de regiopolitie te Winschoten, met BV Ennemaborg en met Staatsbosbeheer;


een hierop betrekking hebbend ontwerpbesluit van 26 maart 2007 tot 23 april 2007 ter inzage heeft gelegen met het doel om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze (schriftelijk) kenbaar te maken en dat direct belanghebbenden ook per brief zijn geïnformeerd over bovenvermelde


Belangenafweging:

Tijdens de ter inzage legging is per brief een zienswijze binnengekomen van de Gemeenschappelijke Regeling Blauwe Stad (GR) te Winschoten (ontvangen 2 april 2007, nr. 2007-07255). Via deze zienswijze wordt de vraag gesteld hoe de verkeersbesluiten zich verhouden met de bepalingen in het bestemmingsplan.

Bij de opstelling van het verkeersbesluit is overleg gevoerd met de gemeenten over de voorhanden zijnde ligplaatsen en de wensen daaromtrent. Verder is gekeken naar de vigerende bestemmingsplannen en heeft zoveel mogelijk afstemming daarop plaatsgevonden.


Gelet op artikel 1.01 van het Binnenvaartpolitiereglement en de artikelen 5 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;

Gelet op de overige bepalingen van de Scheepvaartverkeerswet, van het Binnenvaartpolitiereglement, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en van de Algemene wet bestuursrecht;



Besluiten:

I. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 7.01, 7.02 lid 1, sub a en 7.04, lid 1 sub a van het Binnenvaartpolitiereglement is het innemen van ligplaats (lees: meren) door schepen (1.01.A BPR), samenstellen (1.01.B BPR) en overige drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen (lees ook: woonschepen - 1.01.D BPR) verboden in liggebied a van het Oldambtmeer, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart.

Van dit verbod uit te zonderen:
1. schepen volgens artikel 1.01.A en B van het Binnenvaartpolitiereglement;
2. schepen, waaronder drijvende werktuigen, en samenstellen die uitsluitend en voor zover zij zich op de vaarweg moeten begeven voor uitvoering van werkzaamheden aan de vaarweg of bijbehorende waterstaatswerken;
3. gedeelten van de vaarweg, waar door middel van borden overeenkomstig de daartoe bestemde modellen van het Binnenvaartpolitiereglement is aangegeven dat:
• voor een bepaalde categorie schepen;
• en/of voor een beperkte duur;
• of anderszins
het innemen van ligplaats is toegestaan;
4. jachthavens en kaden (voor de recreatievaart);
5. kaden voor de (beroepsvaart);
6. particuliere jachthavens, steigers en kaden.

II. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 7.01, 7.02, lid 1 sub a en 7.03, lid 1 sub a van het Binnenvaartpolitiereglement is het innemen van ligplaats (lees: ankeren) door schepen (1.10.A BPR) en samenstellen (1.01.B BPR) en drijvende voorwerpen en inrichtingen (1.01.D BPR) in liggebied a van het Oldambtmeer is verboden:
1. op de vaarwegen gelegen in het gebied Het Riet;
2. op gedeelten van de vaarweg waar het in-, uit- of doorvaren verboden is, aangegeven door middel van borden (A.1 BPR);
3. binnen de betonde route(s) (gebieden die via een zijdelingse begrenzing het vaarwater
markeren).


Van dit verbod uit te zonderen:
Schepen, waaronder drijvende werktuigen, en samenstellen die uitsluitend en voor zover zij zich op de vaarweg moeten begeven voor uitvoering van werkzaamheden aan de vaarweg of bijbehorende waterstaatswerken.

III. Dat dit besluit met terugwerkende kracht op 1 mei 2007 in werking treedt.
IV. Dit besluit te publiceren in Het Streekblad (huis-aan-huis blad in de regio), het Dagblad van het Noorden, de Telegraaf zaterdageditie en het Provinciaal Blad.



Groningen, 8 mei 2007.



Gedeputeerde Staten voornoemd,


,voorzitter

,secretaris
 

LIGPLAATS

 GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Groningen, 8 mei 2007

Nr. 2007-11.960/19/A.15,KB

Verzonden:




Overwegende dat,

krachtens de Scheepvaartverkeerswet als bevoegd gezag wordt aangemerkt diegene bij wie een scheepvaartweg in (feitelijk) beheer is;
de provincie de beheersdaden op het Oldambtmeer verricht waardoor zij is aan te merken als feitelijk beheerder;
het nautisch beheer het feitelijk beheer volgt waardoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn ingevolge de Scheepvaartverkeerswet;

op het Oldambtmeer:
1. in verband met de orde, het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
2. het in stand houden van de scheepvaartweg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
3. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
4. gelet op de maatgevende waterstand;
5. gelet op de streefdiepte of nautische diepte (hetgeen de som is van de maximaal toegestane diepgang voor de scheepvaart (1,10 meter) en de minimum kielspeling (0,20 meter) en
6. vanuit het oogpunt van adequate handhaving,
het gewenst is vaarsnelheden te beperken;

bij de voorbereiding van dit verkeersbesluit overleg gevoerd is met de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, waterschap Hunze en Aa’s, de regiopolitie te Winschoten, B.V. Ennemaborg, Staatsbosbeheer en de inspecteur scheepvaart van de provincie Groningen;
door het waterschap Hunze en Aa's, de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda de wens is geuit om de vaarsnelheden voor gemotoriseerde vaartuigen vast te stellen op respectievelijk maximaal 6 kilometer per uur (verder: km/u) in de vaargeul en woonwijken en een maximale vaarsnelheid van 9 km/u op het Oldambtmeer;
door de regiopolitie Winschoten en het Korps Landelijke Politiediensten vanuit het oogpunt van adequate handhaving de wens is geuit de vaarsnelheid van 9 km/u te verhogen naar maximaal 12 km/u voor gemotoriseerde vaartuigen;


dat het waterschap Hunze en Aa's, de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, B.V. Ennemaborg, Staatsbosbeheer en de inspectie scheepvaart kunnen instemmen met het standpunt van de politie;

dit besluit alléén van toepassing is op het Oldambtmeer en niet van toepassing is op de vaargeulen van en naar dit meer, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart;

dit verbod wordt uitgevaardigd door middel van een bekendmaking volgens artikel 13 Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer jo. artikel 5.01 leden 1 en 2 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) aangezien dit besluit van toepassing is op een vaarweg waar het (uitsluitend) plaatsen van verkeerstekens niet doelmatig is en dat dit verbod waar nodig zal worden ondersteund met verkeerstekens conform bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;

een hierop betrekking hebbend ontwerpbesluit van 26 maart 2007 tot 23 april 2007 ter inzage heeft gelegen met het doel om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze (schriftelijk) kenbaar te maken en dat direct belanghebbenden ook per brief zijn geïnformeerd over bovenvermelde


Belangenafweging:

Tijdens de ter inzage legging is een zienswijze binnengekomen van de heer H. de Groot te Hoogeveen (6 april 2007, nr. 2007-07320). Zijn zienswijze richt zich tegen het feit dat er binnen het ontwerpverkeersbesluit geen rekening is gehouden met de mogelijkheid van snel varen / waterskiën. De heer de Groot verzoekt om binnen het 'verkeersbesluit vaarsnelheden' ruimte op te nemen voor een gebied voor snel varen / waterskiën.

Juridisch gezien verzoekt de heer de Groot om opheffing van een snelheidsverbod van 20 km/u op een bepaald gedeelte van de vaarweg (nader aan te wijzen). De grondslag voor dit verzoek kan worden gevonden in artikel 8.06 van het BPR. Het voorliggende besluit beoogt een verbod in te stellen om op bepaalde gedeelten van het meer sneller te varen dan respectievelijk 6 en 12 km/u. Het verzoek van de heer de Groot heeft een ander karakter dan wat het huidige besluit beoogt te regelen. Om deze redenen wordt het verzoek van de heer de Groot als separate aanvraag in de zin van artikel 8.06 BPR in behandeling genomen.

Mede gelet op het bovenstaande kan het voorliggende verkeersbesluit, behoudens enkele geringe technische aanpassingen, worden vastgesteld;

Gelet op de overige bepalingen van de Scheepvaartverkeerswet, van het Binnenvaartpolitiereglement, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en van de Algemene wet bestuursrecht;



Besluiten:

I De maximale vaarsnelheden voor gemotoriseerde vaartuigen op het Oldambtmeer te bepalen op:
respectievelijk maximaal 6 kilometer per uur (verder: km/u) in de vaargeul en woonwijken en de vaarsnelheid op het meer te bepalen op maximaal 12 km/u, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart.
II Dat dit besluit niet van toepassing is op de vaargeulen van en naar het Oldambtmeer.
III Dat dit besluit met terugwerkende kracht op 1 mei 2007 in werking treedt.


IV Dit besluit te publiceren in Het Streekblad (huis-aan-huis blad in de regio), het Dagblad van het Noorden, de Telegraaf zaterdageditie en het Provinciaal Blad.


Groningen, 8 mei 2007

Gedeputeerde Staten voornoemd,


,voorzitter

,secretaris

 

 

VAARSNELHEDEN

 GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Groningen, 8 mei 2007

Nr. 2007-11.960/19/A.15,KB

Verzonden:


Overwegende dat,

krachtens de Scheepvaartverkeerswet als bevoegd gezag wordt aangemerkt diegene bij wie een scheepvaartweg in (feitelijk) beheer is;
de provincie de beheersdaden op het Oldambtmeer verricht waardoor zij is aan te merken als feitelijk beheerder;
het nautisch beheer het feitelijk beheer volgt waardoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn ingevolge de Scheepvaartverkeerswet;

op het Oldambtmeer:
1. in verband met de orde, het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
2. het in stand houden van de scheepvaartweg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
3. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
4. gelet op de maatgevende waterstand;
5. gelet op de streefdiepte of nautische diepte (hetgeen de som is van de maximaal toegestane diepgang voor de scheepvaart (1,10 meter) en de minimum kielspeling (0,20 meter) en
6. vanuit het oogpunt van adequate handhaving,
het gewenst is vaarsnelheden te beperken;

bij de voorbereiding van dit verkeersbesluit overleg gevoerd is met de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, waterschap Hunze en Aa’s, de regiopolitie te Winschoten, B.V. Ennemaborg, Staatsbosbeheer en de inspecteur scheepvaart van de provincie Groningen;
door het waterschap Hunze en Aa's, de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda de wens is geuit om de vaarsnelheden voor gemotoriseerde vaartuigen vast te stellen op respectievelijk maximaal 6 kilometer per uur (verder: km/u) in de vaargeul en woonwijken en een maximale vaarsnelheid van 9 km/u op het Oldambtmeer;
door de regiopolitie Winschoten en het Korps Landelijke Politiediensten vanuit het oogpunt van adequate handhaving de wens is geuit de vaarsnelheid van 9 km/u te verhogen naar maximaal 12 km/u voor gemotoriseerde vaartuigen;


dat het waterschap Hunze en Aa's, de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, B.V. Ennemaborg, Staatsbosbeheer en de inspectie scheepvaart kunnen instemmen met het standpunt van de politie;

dit besluit alléén van toepassing is op het Oldambtmeer en niet van toepassing is op de vaargeulen van en naar dit meer, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart;

dit verbod wordt uitgevaardigd door middel van een bekendmaking volgens artikel 13 Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer jo. artikel 5.01 leden 1 en 2 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) aangezien dit besluit van toepassing is op een vaarweg waar het (uitsluitend) plaatsen van verkeerstekens niet doelmatig is en dat dit verbod waar nodig zal worden ondersteund met verkeerstekens conform bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;

een hierop betrekking hebbend ontwerpbesluit van 26 maart 2007 tot 23 april 2007 ter inzage heeft gelegen met het doel om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze (schriftelijk) kenbaar te maken en dat direct belanghebbenden ook per brief zijn geïnformeerd over bovenvermelde


Belangenafweging:

Tijdens de ter inzage legging is een zienswijze binnengekomen van de heer X (6 april 2007, nr. 2007-07320). Zijn zienswijze richt zich tegen het feit dat er binnen het ontwerp verkeersbesluit geen rekening is gehouden met de mogelijkheid van snel varen / waterskiën. De heer X verzoekt om binnen het 'verkeersbesluit vaarsnelheden' ruimte op te nemen voor een gebied voor snel varen / waterskiën.

Juridisch gezien verzoekt de heer X om opheffing van een snelheidsverbod van 20 km/u op een bepaald gedeelte van de vaarweg (nader aan te wijzen). De grondslag voor dit verzoek kan worden gevonden in artikel 8.06 van het BPR. Het voorliggende besluit beoogt een verbod in te stellen om op bepaalde gedeelten van het meer sneller te varen dan respectievelijk 6 en 12 km/u. Het verzoek van de heer de Groot heeft een ander karakter dan wat het huidige besluit beoogt te regelen. Om deze redenen wordt het verzoek van de heer X als separate aanvraag in de zin van artikel 8.06 BPR in behandeling genomen.

Mede gelet op het bovenstaande kan het voorliggende verkeersbesluit, behoudens enkele geringe technische aanpassingen, worden vastgesteld;

Gelet op de overige bepalingen van de Scheepvaartverkeerswet, van het Binnenvaartpolitiereglement, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en van de Algemene wet bestuursrecht;



Besluiten:

I De maximale vaarsnelheden voor gemotoriseerde vaartuigen op het Oldambtmeer te bepalen op:
respectievelijk maximaal 6 kilometer per uur (verder: km/u) in de vaargeul en woonwijken en de vaarsnelheid op het meer te bepalen op maximaal 12 km/u, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart.
II Dat dit besluit niet van toepassing is op de vaargeulen van en naar het Oldambtmeer.
III Dat dit besluit met terugwerkende kracht op 1 mei 2007 in werking treedt.


IV Dit besluit te publiceren in Het Streekblad (huis-aan-huis blad in de regio), het Dagblad van het Noorden, de Telegraaf zaterdageditie en het Provinciaal Blad.


Groningen, 8 mei 2007

Gedeputeerde Staten voornoemd,

,voorzitter

,secretaris
 

VAARWEGMARKERING

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN


Groningen, 8 mei 2007

Nr. 2007-11.960/19/A.15,KB

Verzonden:



Overwegende dat,

krachtens de Scheepvaartverkeerswet als bevoegd gezag wordt aangemerkt diegene bij wie een scheepvaartweg in (feitelijk) beheer is;
de provincie de beheersdaden op het Oldambtmeer verricht waardoor zij is aan te merken als feitelijk beheerder;
het nautisch beheer het feitelijk beheer volgt waardoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn ingevolge de Scheepvaartverkeerswet;

op het Oldambtmeer:
1. in verband met de orde, het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
2. het in stand houden van de scheepvaartweg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en
3. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen,
het gewenst is om de zijdelingse begrenzing van het vaarwater (vaarroute) , de aanwezige 'kribben' nabij de ingang van Het Riet en de splitsing van het vaarwater Oldambtmeer met het water tussen Dorp kern, Dorp rand en Het Park te markeren en
het op het Oldambtmeer gewenst is, in verband met de aanwezigheid van een ecologische oever, schade door het scheepvaartverkeer aan de oever te voorkomen door een zone van circa 200 meter (gerekend vanuit de zuid en zuidwestelijke oeverlijn) te markeren als gebied waar in-, uit- of doorvaren is verboden;

bij de voorbereiding van dit verkeersbesluit overleg gevoerd is met de gemeenten Reiderland, Winschoten en Scheemda, waterschap Hunze en Aa’s, de regiopolitie te Winschoten, B.V. Ennemaborg en Staatsbosbeheer;

dit besluit alléén van toepassing is op het Oldambtmeer en niet van toepassing is op de vaargeulen van en naar dit meer, een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart;

een hierop betrekking hebbend ontwerpbesluit van 26 maart 2007 tot 23 april 2007 ter inzage heeft gelegen met het doel om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze (schriftelijk) kenbaar te maken en dat direct belanghebbenden ook per brief zijn geïnformeerd over bovenvermelde


Belangenafweging:

Tijdens de ter inzage legging is per brief een zienswijze binnengekomen van de Gemeenschappelijke Regeling Blauwe Stad (GR) te Winschoten (ontvangen 2 april 2007, nr. 2007-07255). De zienswijze richt zich tegen het instellen van een ecologische oever van 200 meter waarin in-, door- en uitvaren verboden is. Op deze wijze komt het Zuidelijke deel van het Oldambtmeer op slot te zitten, aldus de GR.

Een groot deel van het zuidelijke deel van het Oldambtmeer is in eigendom van B.V. Ennamaborg, bekend als Stichting Groninger Landschap te Haren. B.V. Ennemaborg heeft per fax (27 februari 2007) en per post (binnengekomen 5 maart 2007, nr. 2007- 04936) laten weten dat de zuidwestelijke oever een verbindingszone is en onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur en dat er rekening moet worden gehouden met een ecologische zone van 200 meter op een wijze zoals dat op de tekeningen is aangegeven, waarbinnen geen scheepvaartverkeer mag plaatsvinden. Het overige deel van het eigendomsgebied van B.V. Ennemaborg wordt wel ingezet voor het recreatieve gebruik op het Oldambtmeer.

Hoewel er sprake is van beperkte recreatieve plannen op het land gelegen langs deze oever, hebben deze plannen nog geen concrete vorm aangenomen Het is vanuit veiligheidsoverwegingen niet opportuun om vaststelling van dit besluit, waarin vaarwegmarkeringen zijn opgenomen, uit te stellen totdat de planvorming verder is uitgewerkt. Als het voorliggende besluit de uitvoering van concrete plannen langs de oeverlijn in de weg staat kan om bijstelling van dit besluit worden verzocht.


Gelet op artikel 13, eerste lid van het Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer en artikel 5.01 leden 1, 3 en 4 van het Binnenvaartpolitiereglement;

Gelet op de overige bepalingen van de Scheepvaartverkeerswet, van het Binnenvaartpolitiereglement, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en van de Algemene wet bestuursrecht;


Besluiten:


I. Een verbod in te stellen voor het bevaren van het ecologische oevergebied circa 200 meter gelegen vanuit de zuid en zuid-westelijke oeverlijn, nabij de zuidelijke ingang van het Oldambtmeer, overeenkomstig de modellen van bijlagen 7, een en ander volgens onderstaande tabel en de bij dit besluit behorende kaart.

II. De zijdelingse begrenzing van het vaarwater te markeren en de koppen van kribben te markeren op het Oldambtmeer, overeenkomstig de modellen van bijlagen 8, een en ander volgens onderstaande tabel en de bij dit besluit behorende kaart.

III. Op het Oldambtmeer één of meer splitsingspunten te markeren, overeenkomstig de modellen van bijlagen 8, een en ander volgens onderstaande tabel en de bij dit besluit behorende kaart.

IV. Dat dit besluit niet van toepassing is op de vaargeulen van en naar het Oldambtmeer.

V. Dat dit besluit met terugwerkende kracht op 1 mei 2007 in werking treedt.

VI. Dit besluit te publiceren in Het Streekblad (huis-aan-huis blad in de regio), het Dagblad van het Noorden, de Telegraaf zaterdageditie en het Provinciaal Blad.



 

 

Aantal borden

 

 

Lokatie

 

 

Teken

 

 

Bijlage

 

4 of meer indien noodzakelijk

verbod:  in-, uit- of doorvaren verboden zuid en zuid-west oever, nabij zuidelijke ingang Oldambtmeer*

 

 

 

 

A.1 

 

 

 

7 BPR

12 of meer indien noodzakelijk

 

 

zuid en zuid-west oever*

drijfbaken rechterzijde

vaarwater

8 BPR,

laterale markering 2.1.1

4 of meer indien noodzakelijk

 

 

noord oever*

drijfbaken linkerzijde vaarwater

8 BPR,

laterale markering 2.1.2

1 of meer indien noodzakelijk

zuid-oever van het vaarwater lopende tussen Dorp-kern / Dorp rand en Het Park*

 

 

 

walbaken

8 BPR,

laterale markering 2.1.3.d

 

 

1 of meer indien noodzakelijk

 

 

 

 

rechterzijde vaarwater*

 

rode walbaken (driehoekig teken met de punt naar boven gericht)

 

 

8 BPR,

laterale markering 2.1.1

 

 

1 of meer indien noodzakelijk

 

 

 

 

linkerzijde vaarwater*

 

groene walbaken (driehoekig teken met de punt naar beneden gericht)

 

 

8 BPR,

laterale markering 2.1.2

 

* een en ander volgens de bij dit besluit behorende kaart.


Groningen, 8 mei 2007.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

,voorzitter

,secretaris

 

 

 

 

   
 

Contact - Copyright 2007 blauwesite.nl - Disclaimer - SITEMAP